Verslag Netwerkdag 2 april 2026
Koepeloverleg biedt waardevolle input voor Jaarplan
Jacobine Wieggers (VZVZ) begint haar bijdrage met: het werk gaat door. ‘Zoals elk jaar is in overleg met onze leden het jaarplan opgesteld. Tot 1 juli hebben we een zo realistisch mogelijke planning. De deadlines voor de tweede helft van dit jaar zijn minder hard in verband met de te verwachte wijzigingen. Ook moeten we weer vooruitkijken naar het eerste halfjaar van 2027.’ Ze noemt de focuspunten voor 2026:
- Mitz verder implementeren
- MO
- LSP uitbreiden naar andere sectoren
‘Daarnaast blijven we steeds kijken naar wat de zorg nodig heeft om beter gegevens te kunnen uitwisselen. En we werken aan het verhogen van de efficiency binnen onze organisatie.’
Jacobine legt uit dat deze speerpunten in verschillende overleggen worden bepaald. ‘Vooral het koepeloverleg biedt belangrijke input. We bespreken met de leden waarop we ons de komende tijd moeten richten. Voor het koepeloverleg nodigen we elk kwartaal alle koepels uit om sectorspecifiek én sectoroverstijgend mee te denken. De deelnemende koepels versterken elkaar. Zo halen we zo goed mogelijk de vraag op. We krijgen er input voor de algemene ledenvergadering en de aanwezige beleidsmedewerkers van de koepels gaan naar huis met waardevolle informatie voor hun bestuurder.’
PIEZO komt in versnelling
Omdat de meeste mensen in de zaal het programma PIEZO al kennen hoeft Herbert Fetter (PIEZO) niet lang stil te staan bij het doel. ‘De Europese gegevensuitwisseling moet beter, veel mensen consumeren zorg in het buitenland. Sinds de EHDS is aangenomen is PIEZO in een versnelling gekomen. We gaan onze samenwerking uitbreiden.’ Hij vertelt dat PIEZO zich momenteel richt op de Europese gegevensuitwisselingen Patient-summary en ePrescription/eDispensation. ‘In 2031 volgen er meer. We sluiten zoveel mogelijk aan op andere programma’s zoals Medicatie-overdracht (MO), Met Spoed Beschikbaar (MSB), Twiin en Landelijk dekkend netwerk (LDN) en ontwikkelen zo min mogelijk zelf. Wij willen van wetgeving naar werkbare praktijk. Een praktijk met zorgverleners en zorgaanbieders die aan de slag willen met PIEZO zodat hun patiënten betere zorg ontvangen.’
Herbert schetst dat het fundament is gelegd: het National Contact Point eHealth (NCPeH) staat, het knooppunt om te verbinden met de rest van Europa. ‘Nu zitten we met VWS en programmapartners in de fase van ontwerpkeuzes: hoe sluiten we slim aan op het Nederlandse zorgveld? We kijken vooral naar wat er al is. De ambitie is deze fase in de zomer af te ronden. Dan volgt de fase van informatie delen en bewustwording. Onder bijvoorbeeld de koepels, leveranciers en RSO’s. Iedereen zal iets moeten doen.’
PIEZO bevindt zich nu op plateau 1: technisch werkt het. Het programma is op weg naar plateau 2: opschalen. ‘De Patient-summary komt als eerste naar jullie toe.’ Vanuit de zaal komt een vraag over de bronnen waarmee PIEZO gaat uitbreiden ‘Leveranciers hebben dezelfde EHDS-deadline als PIEZO, onze systemen moeten er tijdig klaar voor zijn.’ Herbert geeft aan dat het programma daarover nog in overleg is met haar opdrachtgevers. Dagvoorzitter Aron Koole: ‘Er leven veel vragen, zoek elkaar op. Als VZVZ kunnen we ook een extra sessie organiseren.’
Aanmelden voor PIEZO-nieuwsbrief via Dianne.vanessen@ictu.nl.
Update KoppelMij
Zweder Bergman (VZVZ) gaat in op KoppelMij, een samenwerking tussen de stelsels MedMij en Koppeltaal. ‘MedMij helpt patiënten bij het ontsluiten van hun gezondheidsinformatie via de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) en Koppeltaal verzorgt de communicatie tussen behandelaar en patiënt in het patiëntenportaal. Met een beetje fantasie kan dat laatste ook in de PGO. Op dat punt hebben beide stelsels elkaar gevonden.’
Hij legt uit dat het van belang is dat patiënten in geval van digitale of hybride zorg toegang hebben tot apps die beschikbaar gesteld worden in het kader van de behandelrelatie. ‘Zodat zij zelf vragenlijsten kunnen invullen, zelfmetingen kunnen doen of afspraken maken. Voor dat soort taken hebben Koppeltaal en MedMij de handen ineen geslagen. KoppelMij brengt ze bijeen in de PGO en patiënten kunnen daar dan actief aan hun gezondheid werken.’
Koppeltaal is vooral actief binnen de GGZ en het sociaal domein, MedMij breder. ‘Door onze samenwerking gaan we sectoroverstijgend impact maken. Dit doen we samen met de leveranciers Minddistrict en HiNQ en een grote GGZ-zorgaanbieder Dimence. Zo willen we KoppelMij schaalbaar maken. En belangrijk: gebruikers moeten de meerwaarde ervan ervaren.’ Uitgangspunt van KoppelMij is technische harmonisatie van beide standaarden, zodat leveranciers niet te maken krijgen met een nieuwe standaard. ‘Die harmonisatie is ingewikkeld, maar de wil is er. Koppeltaal gaat autorisatie in de standaard regelen, zoals bij MedMij. En de samenwerking vindt plaats op basis van een open profiel. Begin juni vindt de designathon plaats en vervolgens gaan de leveranciers de alphaversie implementeren.
Op de hoogte blijven? Nieuwsbrief Koppeltaal via koppeltaal@vzvz.nl en Nieuwsbrief MedMij via Medmij.nl/nieuwsbrief.
Verslag IHE Brussel
Vincent van den Berg (IHE) kijkt terug op het IHE Europe testevent in Brussel eind maart. ‘IHE houdt zich onder andere bezig met de applicatie- en infrastructuurlaag van het interoperabiliteitsmodel. Jaarlijks is er een groot testevent voor leveranciers. Kan jouw systeem meedoen in het landelijke en internationale netwerk met de stekker die jij hebt gebouwd, voldoet die aan de specificaties? Een volle werkweek laten leveranciers aan testpartners zien dat hun profiel niet alleen in de keuken, maar ook in het echt werkt.’
Naast deze conformance-test worden kennissessies gehouden, mede door de komst van de EHDS. Tijdens plugathons wordt gebrainstormd en zoveel mogelijk hands-on getest, bijvoorbeeld met het uitwisselen van de patient-summary. Speciaal voor de Nederlandse delegatie is er een sessie, met deelnemers vanuit onder meer zorginstellingen, leveranciers en NEN. Hoe maken we in Nederland de juiste keuzes om toe te groeien naar de Europese ontwikkelingen? Vincent: ‘Leveranciers zijn daarin ambitieuzer dan landen. Landen houden graag zoveel mogelijk bij het oude, terwijl leveranciers een USB-C-stekker met zo duidelijk mogelijke specificaties willen om mee te kunnen doen op de Europese markt.’
14 van de 67 deelnemende leveranciers op de Connectathon zijn ook actief in Nederland. Met name op het gebied van radiologie, cardiologie en pathologie werd in het echt de interoperabiliteit getest. ‘De EHDS eist van ieder bronsysteem dat je een USB-C-stekker kunt leveren op jouw product. Dan kun je in ieder land op zelfde manier aansluiten met jouw bronsysteem en met diezelfde USB-C-stekker op het nationale contactpoint in dat land. Dit is ook van belang voor leveranciers die niet actief zijn in het buitenland. Want je zult zien dat het hele zorgecosysteem zich gaat vormen rond die USB-C-stekkers,’ voorspelt Vincent.
Save the date: Connectathon IHE Europe 19 – 23 april 2027 in Den Haag. ‘Direct na de definitieve vaststelling van de EHDS-specificaties.’
Europees perspectief en impact EHDS op voorzieningen
Margo Bosma (Nictiz) en Wouter Tesink (VZVZ) gaan in op de EHDS en wat dat betekent voor de generieke voorzieningen.
Margo schetst actuele ontwikkelingen die van invloed zijn op de informatiestandaarden. ‘Bijvoorbeeld de bewegingen van ketenzorg naar netwerkzorg en van domeinuitwisselingen naar een landelijk dekkend netwerk.’ Het is daarom noodzakelijk om de informatiestandaarden domeinoverstijgend te ontwikkelen. Enkele uitgangspunten:
- Producten worden in co-creatie met stakeholders zoals zorgaanbieders en leveranciers ontworpen;
- Het Quality Assurance-proces moet zodanig worden aangepast dat het toegevoegde waarde biedt voor de kwaliteit;
- Producten zijn direct implementeerbaar, kosten leveranciers weinig extra werk.
‘We maken gebruik van generieke bouwblokken die toepasbaar zijn op Europese en nationale usecases. Daarbij volgen we de zibs 2.0-methodiek, waarmee we de beweging van silodata naar domeinoverstijgende databeschikbaarheid maken.’ Volgens de planning 2026 voor generieke bouwblokken van de European patient summary (EU PS) is Patiënt in Q1 afgerond en volgen in Q2 Verrichting, Medicatieafspraak en Allergieën/Intoleranties. In Q3 zijn Diagnose, Implantaten en Alerts aan de beurt. ‘Voor die twee kwartalen is co-creatie met leveranciers essentieel, en in november organiseren we een plugathon tijdens de HL7 WGM in Rotterdam.’ Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Ingrid Willemsens.
Wouter gaat in op de impact van de EHDS op de Nederlandse zorginfrastructuur. De onderhandelingen voor uitvoeringswetten lopen en er is al een aantal documenten in concept gepubliceerd, zoals de eisen vanuit Extended EHR-specificaties (Xt-EHR) en implementatiegidsen voor het European Electronic Health Record Exchange Format (EEHRxF). Hieruit wordt zichtbaar waaraan een Electronic Health Record zoals EPD, ECD of PGO moet voldoen en de componenten die leveranciers daarvoor moeten inbouwen.
In maart 2029 moeten leveranciers:
- EU-patient summary, ePrescription en eDispensation ondersteunen;
- een loggingscomponent voor EHR’s aanbieden;
- zelfcertificering van EHR’s geregeld hebben;
- kunnen aansluiten op het National Contact Point.
Waar het om impact gaat, vertelt Wouter dat Europa geen Notified Pull kent, zoals nu in Nederland voor de BgZ en eOverdracht wordt geïmplementeerd. Of dit dan omgebouwd moet worden is nog niet duidelijk. Op een vraag uit de zaal over wie daarbij aan zet is, geeft Wouter aan dat er behoefte is aan duidelijke governance. ‘Er zijn nu teveel tafels.’
Hij loopt de generieke functies door. ‘Voor Identificatie en Authenticatie stelt de EHDS dat we het eIDAS-authenticatiestelsel moeten ondersteunen, maar ook andere authenticatiemiddelen van een passend niveau worden toegelaten. Voor het NCPeH wordt per 2031 eIDAS hoog vereist. Autorisatie kunnen landen grotendeels vrij invullen. Maar MyHealth@EU stelt wel dat de autorisatie van het buitenland vertrouwd moet worden. Voor Toestemming geldt dat we van opt-in naar opt-out gaan, Mitz aanpassen ligt dan voor de hand. Lokalisatie is aan de landen zelf, Nederland heeft gekozen voor een decentrale infrastructuur, dus een index wordt noodzakelijk. Voor de MyHealth@EU use cases is ook een vorm van consolidatie vereist. Adressering en routering: Nederland kiest voor het up-to-date houden van de eigen lokale adresboeken op basis van het LRZa.’
Veel impact ziet Wouter bij de generieke functie Logging. ‘Zorgaanbieders moeten transparant zijn naar patiënten over wie wanneer hun gegevens ingezien of uitgewisseld heeft. Daarvoor moeten wij als Nederland een afsprakenstelsel maken.’ Over Veilig Netwerk meldt hij dat het programma Landelijk dekkend netwerk (LDN) met afspraken komt. ‘Twiin komt rond eind mei met een eerste set Veilig Netwerk-eisen voor leveranciers, zorgaanbieders en ict-beheerders’. Tenslotte de AORTA-Zorgtoepassingen: We moeten nog afspreken hoe en wanneer deze EHDS-compliant worden. Wel zal er tussen 2029 en 2031 een hybride periode zijn waarin nog niet iedereen over is. Het LSP kan dan een rol spelen met de Berichtentransformatiedienst. VZVZ helpt zo AORTA-deelnemers om aan de regels te voldoen.’
Prioriteiten AORTA-LSP in 2026
Frank Laarakker (VZVZ): ‘AORTA-LSP zit al geruime tijd stevig op ruim 1 miljard berichten per jaar. Tegelijkertijd zijn we continu in staat aan alle eisen te voldoen: beschikbaarheid, betrouwbaarheid en overall performance. We werken hard om dat zo te houden in een wereld waar de dreiging van privacy- en securitybreaches enorm is. Medicatieoverdracht blijft een belangrijk aandachtspunt. In het kader van het Landelijk dekkend netwerk (LDN) gaan we de versnippering tegen van uitwisselingsproducten die elkaar moeilijk kunnen vinden. De generieke functies zijn op dit punt cruciaal. Verder wordt netwerkzorg steeds belangrijker, met de patiënt of cliënt centraal. Tegen deze achtergrond zijn onze prioriteiten voor 2026:
- Migratie van lokale naar centrale toestemmingen in Mitz
- Een flink aantal livegangen in pilot-settings binnen Medicatieoverdracht (MO)
- Actief meewerken en participeren in het Twiin-afsprakenstelsel
- De VVT-sector aansluiten door NutsxAORTA-LSP te realiseren
- Netwerkzorg
Jeroen Bos gaat in op NutsxAORTA-LSP. ‘Nuts, ActiZ en LSP werken binnen dit project samen aan databeschikbaarheid. Op dit moment kunnen zorgverleners in de VVT-sector die op Nuts zijn aangesloten niet beschikken over relevante gezondheidsgegevens van hun cliënten bij zorgverleners die op het LSP zijn aangesloten. Zodra NutsxAORTA-LSP gerealiseerd is, kunnen zij dat wel. Ook kan de VVT-sector dan meedraaien in een programma zoals MO.’ Hij legt uit dat de koppeling twee kanten uit werkt. Een LSP-gebruiker die het systeem een vraag stelt, ziet niet of de andere partij in Nuts of elders zit. Hetzelfde geldt voor Nuts-gebruikers. ‘Het gaat echt over aansluiten. En wel zo spoedig mogelijk.’ Een advies uit de zaal: ‘Let vooral ook op de medicatieveiligheid voor kwetsbare cliënten in de ouderenzorg, dat is hét doel van AcitZ.’ Jeroen: ‘Dat is onze prioriteit nummer één.’
Hij vertelt dat het project gebruik maakt van de GtK-infrastructuur en samenwerkt met het programma Implementatie generieke functies (IGF) en Twiin. ‘Fase 1 was de PoC “Nuts vraagt medicatiegegevens op in het LSP”. Die is afgerond. We staan nu op het punt om de pilot te gaan uitvoeren, naar verwachting begin mei. Tegelijkertijd start de PoC “LSP bevraagt Nuts” en de bijbehorende pilotfase. Parallel hieraan werken we aan het vertrouwensmodel op basis waarvan we gaan communiceren. Hoe richten we dat in? De olifant in de kamer op dat punt is autorisatie. Je moet vele honderdduizenden kunnen identificeren en authenticeren. Dat is complexer dan in ziekenhuizen, waar je de UZI-pas hebt. DEZI is hier de stip op de horizon.’
Jeroen legt uit dat de verifiable credentials vanuit Nuts gemapt zijn op AORTA 8-tokens. ‘Dat is gelukt, in samenwerking met HiNQ is het beproefd tijdens een hackathon. In de pilotfase worden meer leveranciers betrokken. Ook is er een klankbordgroep en komt het onderwerp terug op het Technisch Platform Algemeen (TPA). Jullie kunnen op allerlei manieren meedoen.
Het vertrouwen willen we graag in Twiin hebben, in stapjes en vanuit onze eigen setting. Dat betekent dat we vanuit AORTA een aanvullend kader voor basisvertrouwen gaan bieden, we noemen dat voor nu de innovatieruimte. Met AORTA-LSP bieden we een innovatieplatform waarbij je gemakkelijk van een kleine regionale implementatie naar landelijke uitrol toe zou kunnen. Wij bieden hybride ondersteuning. Je zet je voorzieningen open, dat houdt in dat je algemene toegang gaat geven. Zo bieden we vertrouwen as a service, passend in een meer rolzuivere koers waarbij wij ons focussen op het verbinden.’
‘We hebben haast met het realiseren van NutsxAORTA-LSP en blijven ondertussen aangehaakt bij landelijke ontwikkelingen. Waar mogelijk werken we samen. Met VWS zijn we in gesprek over Autorisatie, DEZI en IGF. Ons project heeft een bijdrage geleverd aan PoC 12 LSPxVVT van het IGF-programma. In het kader van het LDN zoeken we de samenwerking op met Twiin. Met MO kijken we of we tot harmonisatie van afsprakenstelsels kunnen komen zodat je als leverancier maar één keer hoeft te valideren.’
Op de hoogte blijven van alle NutsxAORTA-LSP-ontwikkelingen? Productowners en ontwikkelaars van leveranciers kunnen aansluiten bij het TPA. Meld je bij Marleen Stijnman. ‘En we gaan een nieuwsbrief maken,’ sluit Jeroen af.
Naar één centrale plek voor het vastleggen van landelijke afspraken via Twiin
Het Twiin Afsprakenstelsel is aangewezen als dé centrale plek voor het vastleggen van landelijke generieke afspraken. Ageeth Wahle (VWS) en Saskia van Es (Twiin) verzorgen een duopresentatie over de transitie van Twiin naar het Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens. Ageeth: ‘We volgen de tijdslijn van het Gezondheidsinformatiesstelsel (GIS), in samenhang met andere programma’s en onderwerpen. Ons doel is samenhang te creëren in bestaande afspraken. Dit doen we door te sturen op de beweging van harmonisatie en uniformering. Door alle afspraken op het gebied van interoperabiliteit op één plek bij elkaar brengen, verminderen we de huidige versnippering en versnellen we de interoperabiliteit. Het helpt leveranciers ook bij hun ontwikkelagenda. Maar we hebben wel iets te doen met elkaar voor we zover zijn.’
Ze schetst de fasering in de ambitie van het Landelijke afsprakenstelsel, startend met usecases die worden voorgeschreven door de Wegiz – en nu ook – de EHDS. Deze usecases spelen in alle zorgsectoren. ‘De generieke functies en het landelijk dekkend netwerk krijgen als eerste een plek in het Landelijk afsprakenstelsel. Eerst zetten we een werkende basis neer, daarna is er ruimte voor verbreding met onder meer secundair datagebruik en netwerkzorg. Uiteindelijk gaan we naar een geharmoniseerd, normerend stelsel. Er loopt nog een onderzoek naar een mogelijke verplichting, ook gelet op de EHDS.’ Saskia laat zien hoe de samenwerking tussen het Landelijk afsprakenstelsel en de andere afsprakenstelsels er in de praktijk uitziet. ‘We hebben afsprakenstelsels gericht op usecases (zoals AORTA en Koppeltaal) en stelsels gericht op vertrouwensaspecten (zoals Mitz en Dezi). Met deze afsprakenstelsels zitten we regelmatig om tafel om zoveel mogelijk te leren van elkaar en te gebruiken wat al werkt in de praktijk.
Waar staan we nu? Samen met MedMij, AORTA en Nuts hebben we een eerste set spelregels opgesteld hoe andere afsprakenstelsels gaan verwijzen naar generieke onderdelen in het Landelijk afsprakenstelsel. Tegelijkertijd werken we een brede participatie uit: hoe betrekken we eindgebruikers zoals burgers, zorgverleners en onderzoekers? Want voor hen doen we het tenslotte. Het Landelijk afsprakenstelsel moet op de lange termijn onder publieke sturing komen. Voor de korte termijn wordt in een transitieplan publieke regie door VWS met private uitvoering door het programma Twiin uitgewerkt, met een belangrijke plek voor brede participatie. Het gaat hier om een tijdelijke governance totdat er duidelijkheid is over wat precies de taken en verantwoordelijkheden worden van de Autoriteit Digitale Gezondheid (ADG) en de Health Data Access Body (HDAB). Verder publiceren we dit kwartaal nog een landelijke werkagenda over wat in het Landelijk afsprakenstelsel wordt opgenomen, die gaat jullie helpen in je ontwikkelagenda.’
Saskia gaat in op de publiek-private samenwerking tussen VWS en Twiin. Ze laat de impact zien op het Twiin-organogram, waar VWS een plaats heeft gekregen in de sponsorgroep met ZN en in de stuurgroep. ‘Nieuw is ook onze Privacy- en Securityraad. Vanuit de leveranciers en zorgaanbieders zitten daarin experts die ons op persoonlijke titel (on)gevraagd adviseren over privacy- en securityvraagstukken.’
Ageeth: ‘Wat vraagt deze ontwikkeling naar minder versnippering en beter schaalbare oplossingen van zorgaanbieders en leveranciers? Zorgaanbieders kunnen ervoor zorgen dat ze niet bezig zijn met eilandoplossingen. Tijdens het inkooptraject kunnen zij duidelijke vragen stellen aan hun leveranciers. En: stem regionale plannen af op landelijke bouwstenen. Leveranciers wil ik meegeven in hun ontwerpen ook te kijken naar de splitsing in data en toepassing. Gebruik landelijke koppelvlakken en generieke functies en zorg ervoor dat regiovriendelijke oplossingen landelijk schaalbaar zijn. Ben je daarmee bezig? Kom bij ons op de lijn voor hulp bij het toetsen van oplossingen.’
Meer informatie via Twiin.nl en datavoorgezondheid.nl of per mail: info@twiin.nl en ae.wahle@minvws.nl.
Update Programma Implementatie Generieke Functies: nadruk op samenwerken
Aan het einde van de netwerkdag geeft het ministerie van VWS samen met ICTU en VZVZ een uitgebreide update van het programma Implementatie generieke functies (IGF).
Sandra Craandijk (VWS) laat zien dat rond 1 juli de circa vijftien Proofs of Concept (PoC’s) afgerond zijn. ‘Dezi heeft dan eigen specificaties, er is een werkgroep authenticatie en autorisatie, Mitz is beschikbaar, de Nationale Verwijsindex en de Pseudoniemenregistratieservice zijn beschikbaar voor pilots. Voor adressering hopen we op 1 juli een 1.0-versie van de specificaties te hebben.’ Ze noemt de consultatie Adressering die tot 11 mei loopt. ‘Die vind je ook op GitHub. De reacties verwerken we binnen de zogenoemde Design Authority tot een definitieve set specificaties. Daarvoor hebben we inhoudelijke experts nodig, dit kunnen en willen wij niet alleen doen. Samen bereiken we kwaliteit en draagkracht, zo realiseren we de generieke functies.’ De eerste onderwerpen voor de Design Authority zijn de generieke functies adressering en lokalisatie.
Manorma (ICTU) gaat dieper in op de strategie voor de pilots, die is gericht op het maken van onderbouwde keuzes, het aanbrengen van prioriteiten en de voorbereiding op opschaling. Daarnaast ondersteunt deze strategie de samenwerking tussen betrokken partijen.
Het doel van de pilots is om inzicht te krijgen in hoe generieke functies technisch en functioneel werken binnen (zorg)processen en welke aandachtspunten nog moeten worden uitgewerkt voordat tot implementatie kan worden overgegaan. Manorma licht toe hoe pilots zullen worden gekozen en geprioriteerd op basis van relevantie, uitvoerbaarheid en strategische waarde. Het programma bevindt zich momenteel in de voorbereidende fase; het streven is om in Q3 van dit jaar van start te gaan, zodra de randvoorwaarden voldoende op orde zijn. ‘Daarbij zal actief de samenwerking worden gezocht met partijen zoals leveranciers, landelijke programma’s, RSO’s en koepelorganisaties, die vanuit hun eigen rol en expertise input kunnen leveren.’
Steven Horsch (VZVZ) heeft een activerende IGF-bijdrage met vragen via Mentimeter. ‘Want jullie zitten vast in je after-lunchdip.’
- Heeft jouw organisatie voldoende zicht op wat IGF vraagt van jullie XIS?
- Hebben jullie voldoende informatie voor roadmapbeslissingen?
- Prioriteer de volgende randvoorwaarden voor je deelname aan een IGF-pilot.
Op de eerste vraag antwoordt 21% van de aanwezigen bevestigend, op de tweede 10%. De belangrijkste randvoorwaarden die worden genoemd zijn stabiele, testbare specificaties, een duidelijke scope en een scherpe focus op de praktijk van de zorgverlener. ‘Werk aan de winkel’, concludeert Steven. Hij laat zien op welke manieren leveranciers en sectoren kunnen participeren: bijvoorbeeld zitting nemen in de Design Authority, deelnemen aan pilots of je goed blijven informeren. ‘Leveranciers mogen mij mailen steven.horsch@vzvz.nl, de sectoren kunnen terecht bij Jacobine Wieggers en voor meer informatie over de pilotstrategie verwijs ik naar Manorma Ramoutar.’
Jorrit Spee (VWS) laat zien hoe de generieke functie adressering gaat werken. Hij splitst adressering in twee processen: registratie en gebruik. ‘Stel, een zorgaanbieder heeft twee systemen met endpoints. De functioneel beheerder logt in bij het LRZa en koppelt zo de betreffende leverancier(s) aan de zorgorganisatie. Nu kunnen zij de adresgegevens in het LRZa zetten. Voor wat betreft het opzoeken van adressen geldt: het LRZa synchroniseert periodiek naar de zorgorganisatie. Die zoekt dus in haar eigen lokale kopie en is onafhankelijk van een centraal systeem.’ Jorrit stelt dat de scope van adressen breed is. ‘Dat gaat van het zoeken naar een fysiotherapeut binnen een bepaalde straal naar het zoeken op endpoint of organisatieonderdelen. In deze eerste fase hebben we zorgmedewerkers nog niet meegenomen. Voor de specificaties is een prachtige FHIR-implementation guide gepubliceerd.’
In de zaal zijn mensen geïnteresseerd in de status van ZORG-AB. ‘Dat blijft een waardevolle dienst, bijvoorbeeld voor leveranciers die niet zelf de generieke functie Adressering gaan implementeren of voor zorgaanbieders die onafhankelijk willen zijn van een XIS-leverancier.’ Tom de Jong (VZVZ) geeft aan dat er over de integratie tussen ZORG-AB en LRZA geen zorgen hoeven te zijn.
Tenslotte wijst Jorrit de aanwezigen op de hackathon Adressering op 22, 23 en 24 april.
Afsluiting dagvoorzitter
Dagvoorzitter Aron Koole sluit af: ‘Het was een enorm interessante dag. Mij viel op hoeveel kruisbestuivingen er waren tussen de onderwerpen, de programma’s én de aanwezige organisaties: leveranciers, IGF, VWS, ICTU, koepels en RSO’s. Dank dat jullie er allemaal waren en graag tot de eind juni!’