Verslag Netwerkdag 17 september 2026

‘Een mooie opkomst zo vlak na de vakantie’, opent leveranciersmanager Aron Koole de dag. ‘Drie jaar geleden stond ik voor twaalf man te presenteren. Vandaag hebben we vijftig inschrijvingen, een mooie progressie.’ De dagvoorzitter geeft aan dat het programma vandaag iets afwijkt van het gebruikelijke vanwege de veranderingen binnen VZVZ. ‘Daarom beginnen we met een update vanuit de directie.’

Update directie: adviesaanvraag reorganisatie ligt bij Ondernemingsraad

Directeur relatiebeheer Francine Bergman geeft de zaal enig inzicht in de transitiefase waarin VZVZ zich bevindt. ‘De adviesaanvraag ligt momenteel bij de Ondernemingsraad (OR), dus ik kan jullie niet vertellen hoe de organisatie er precies uit gaat zien en wie op welke positie komt. Wel kan ik iets meer zeggen over waar we nu staan, wat onze focus wordt en wat de overwegingen daarachter zijn. 

Enkele punten uit Francines presentatie:

De  bestaansreden van VZVZ is de verenigingsrol en alle activiteiten die te maken hebben met het aansluiten van haar leden op AORTA-LSP.

  • De focus van de werkzaamheden zal liggen op het ‘wat’, denk bijvoorbeeld aan vraagarticulatie in cocreatie met de leden. Andere partijen – zoals VECOZO – richten zich meer op het ‘hoe’.
  • Nictiz wordt volledig verantwoordelijk voor het NTV.
  • VZVZ maakt toepassingen implementatiegereed, de implementatie zelf komt bij de RSO’s en Booozt te liggen.
  • De financiering van de organisatie loopt in elk geval door t/m 2028. 
     

‘We streven naar continuïteit van onze dienstverlening tijdens dit reorganisatieproces, maar af een toe een hick-up is onvermijdelijk.’ Een vraag uit de zaal: is er een aanspreekpunt voor leveranciers in zulke gevallen? Iemand anders: staat VECOZO hier begin volgend jaar ook? Francine geeft aan dat de vragen terecht zijn en zal dit als advies meenemen naar de collega’s die bezig zijn met de inrichting van de nieuwe organisatie.

 

Update PKI G4-certificaten

Frank Voogel neemt de aanwezigen mee naar een andere transitie: de overgang op de G4-certificaten per 12 november. De UZI-passen krijgen nieuwe, veiligere certificaten. Nieuwe certificaathiërarchieën moeten geïmplementeerd worden bij leveranciers en zorgaanbieders. Gecontroleerd moet worden of de kaartlezers daarmee nog werken, want de sleutels zijn groter en de oude lezers hebben een klein geheugen. 

‘Na de voorbereidingen zitten we nu in de fase van ketenacceptatie. Het veld is geïnformeerd, onze systemen zijn klaar om de XIS-leveranciers te laten testen.’ Frank is van mening dat het proces tot nu toe goed is verlopen. Hij schetst wat er al loopt en wat nog open staat. ‘Bijna alles staat op groen. We hebben goed samengewerkt met het CIBG, ook de informatievoorziening liep goed. We hebben goed gecommuniceerd met het veld. Als VZVZ hebben we zo’n 15.000 zorgaanbieders kunnen bereiken. Dat biedt ons de nodige procescontrole.’

De testomgeving KWA kan sinds 22 september omgaan met G4-certificaten. ‘We roepen jullie op om tijdens het testen ons terugkoppeling te geven. Jullie reacties zijn belangrijk, het is voor ons ook een testomgeving en niet alles zal feilloos werken. Vragen en opmerkingen mogen naar de gebruikelijke kanalen: voor LSP naar LSP-support, voor Mitz naar Mitz-support enzovoort. Ook zijn we zo op de hoogte van de status van deze overgangsoperatie, weten we waar iedereen staat. Bij grotere leveranciers gaat dit soort veranderingen vaak gemakkelijker dan bij kleinere. Het is echter belangrijk dat iedereen overgaat. Want als niet iedereen de test met succes doorloopt, staan we op 12 nov stil met elkaar. Dan kunnen we simpelweg niet meer met elkaar praten. Gelet op de vragen en activiteiten die ik al gezien heb van jullie, heb ik er wel vertrouwen in.  VZVZ ondersteunt het proces de komende maanden.

Op vragen uit de zaal wat zorgaanbieders zelf van deze transitie gaan merken antwoordt Frank: ‘Er is overleg met de koepels. RSO’s kunnen bij leveranciers informeren of ze ermee bezig zijn.’ En een huisarts bijvoorbeeld? ‘Een huisarts met een pas die in november verloopt, krijgt een nieuwe G4-pas. Normaal gesproken heeft de leverancier of GBZ-beheerder dan alles ingeregeld en kan hij er direct mee aan de slag. Wel kan men tevoren zelf controleren of de paslezer niet te oud is. Het CIBG heeft iedereen een brief gestuurd met een link naar de nummers op de paslezer.’ 

 

PIEZO verbindt: samen op weg naar Europese gegevensuitwisseling

Herbert Fetter (PIEZO/ICTU) en Steven Horsch (PIEZO/VZVZ) geven een presentatie over de stand van zaken binnen het programma Implementatie Europese Zorgdiensten (PIEZO). Startvraag aan de zaal: waar liggen jullie het meest wakker van, als het om PIEZO gaat? Kiezen uit vier stellingen blijkt lastig: ‘Van alle vier en ik weet er nog wel meer!’ Het grootste aantal stemmen krijgen ‘Ik heb te maken met veel afhankelijkheden tussen verschillende landelijke programma’s’ en ‘Ik heb onvoldoende zicht op hoe en wanneer zorgaanbieders en leveranciers betrokken worden.’

De scope van PIEZO bestaat uit drie cross-border usecases die in maart 2029 verplicht worden:

  • Het veilig opleveren van patient summaries aan andere EU-landen: PS-A
  • Het veilig ontvangen van patient summaries vanuit andere EU-landen PS-B
  • ePrescription en eDispensation (zowel opleveren A als ontvangen B) eP/eD

 

Waar staan we?

PS-A richt zich op HIS-leveranciers. De gekozen route sluit aan op de Spoedsamenvatting. Een aanvullende VZVZ-acceptatie is nodig. Onduidelijk is nog welke technische route in de toekomst gekozen gaat worden, de basis is aansluiten op het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN). Het is nog onzeker wanneer de FHIR-ontwikkeling zal aansluiten op de Europese tijdslijnen. Herbert: ‘Terwijl we realiseren wat met de Spoedsamenvatting kan worden bereikt, voeren we het gesprek over de vervolgroutes, ook met leveranciers.’

PS-B richt zich op ziekenhuizen, huisartsen en huisartsenposten. Via het National Contactpoint e-Health (NCPeH) is een werkende oplossing beschikbaar en per 1 januari 2027 breder toepasbaar. Voor deze usecase hoeven leveranciers geen extra Europees acceptatietraject te doorlopen. Herbert: ‘Met dit portaal voldoen we aan de nationale afspraken ten aanzien van de EHDS, maar het eindbeeld is een rechtstreekse aansluiting vanuit de leverancierssystemen via het LDN. Onbekend is wanneer de componenten daarvan beschikbaar komen. Ook is nog onduidelijk wanneer wetgeving van kracht wordt. Voor nu maken we gebruik van het portaal. En intussen werken we samen uit hoe directe ontvangst in de leverancierssystemen kan plaatsvinden, dus zonder de noodzaak van een portaal.’ 

eP/eD (A & B) leunt op het programma Medicatieoverdracht (MO) en maakt gebruik van de informatiestandaard MP9. ‘Voor leveranciers willen we aansluiten op de al bestaande MO-routes en niet een extra loket. De ontwerpkeuzes maken we nadrukkelijk samen met MO. Er moet één herkenbare lijn richting leveranciers zijn.’ Uitgangspunt is maximaal hergebruik van bestaande voorzieningen. Dit principe geldt voor het hele programma. Hoe de uiteindelijke oplossing er precies uitziet en welke tijdslijn haalbaar is, is nog niet helder.

 

Samen met leveranciers nader uitwerken

Herbert gaat nader in op zaken die nog samen met leveranciers uitgewerkt moeten worden. ‘Hoe jullie rechtstreeks in jullie eigen systemen usecase PS-B willen uitvoeren, is erg afhankelijk van jullie eigen situatie en eisen. Welke mate van integratie wil je, volstaat een knop vanuit het EPD naar het Europese portaal? Een ziekenhuis in Zeeland heeft een veel hoger volume aan inkomende Europese patiënten dan een huisarts in Gorinchem. Voor wat betreft PS-A gaan we als Nederland al in Q1 2027 live op basis van de Spoedsamenvatting, dat is al heel snel. Eén leverancier doet al met ons mee, we zijn in gesprek met een tweede. De laatste EU-testronde is eind oktober. Op basis van deze tests gaan we een stap zetten, terwijl we intussen samen de eindfase samen uitwerken.’

 

PIEZO volgt tweesporenbeleid: nu en eindbeeld

De vragen die vanuit de zaal komen vallen zowel binnen als buiten de scope van PIEZO. De letter van de precieze opdracht van PIEZO en de praktische werkbaarheid in het veld lijken te botsen, vindt iemand. Herbert: ‘Onze opdrachtgever het ministerie van VWS vraagt ons expliciet ons nu niet bezig te houden met zaken buiten onze scope, dat is niet aan ons. En ik ben het met je eens: dit is zeker niet het eindbeeld.’

Hij schetst dat ook het programma zich bevindt in een zich snel bewegende uitwisselingswereld van onderlinge afhankelijkheden. ‘Steeds nieuwe brokjes informatie komen op ons af: de generieke functies, in maart 2027 de specs vanuit Europa voor interoperabiliteitscomponenten, het LDN, Cumuluz, Twiin. Wij volgen steeds een tweesporenbeleid: zoveel mogelijk doen zonder extra dingen van jullie te vragen en ondertussen samen goed blijven kijken hoe het eindplaatje eruit moet zien. We zijn nog even bezig. En wij niet alleen, we doen het samen. Heb je ideeën, wil je meedenken: meld je! Dit kan onder andere via herbert.fetter@ictu.nl.

 

De tijd dringt richting freezejaar 2028

Herbert neemt de zaal mee naar de tijdslijn voor de komende maanden en jaren. ‘Voor PS-A zijn we de komende maanden aan het testen, want met een klein aantal partijen moeten we in Q1 2027 live. Dat jaar hebben we veel te doen op het gebied van realiseren en ontwikkelen want 2028 staat in het teken van EU-testen en is dus een freeze-jaar. Het komt erop neer dat we alles in 2027 af moeten hebben om in 2028 mee te kunnen doen met testen. Dat is wezenlijk anders dan de verplichting voor leveranciers en zorgaanbieders die op maart 2029 staat. Die tijdslijnen passen niet echt lekker op elkaar.’ 

Op zoek naar inbreng van leveranciers en zorgaanbieders in de zaal sluiten de sprekers af met een actieve, creatieve opdracht. ‘Beantwoord de vraag: wat moet PIEZO de komende drie maanden organiseren? Zet je antwoord op een A4-tje en vouw er een vliegtuigje van. Dat vliegtuigje mag dan letterlijk onze kant op. En wij beloven dat we op jullie input zullen reageren.’

 

Update Implementatie Generieke Functies

Maar liefst vijf mensen verzorgen een deel van de presentatie over de voortgang van de implementatie van de generieke functies. Marc Hoekstra van het ministerie van VWS trapt af. De activiteiten van het deze zomer beëindigde programma IGF lopen door in het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN). Op een vraag uit de zaal hoe precies de generieke functies binnen de governance van het LDN passen, verwacht Marc op de netwerkdag in november concreter terug te kunnen komen. 

 

De pilots zijn aanbesteed

Vandaag gaat hij in op de aanbestedingsprocedure voor de pilots waarop ongeveer vijftig partijen hebben ingeschreven: leveranciers en samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders. ‘Momenteel beoordelen we de inschrijvingen. Op 15 oktober ondertekenen we de definitieve contracten. Vanaf 1 oktober inventariseren we door middel van gesprekken wie het best met wie welke pilot kan gaan draaien. De ene pilot zal meer deelnemers tellen dan de andere. Voor elke pilot wordt een eigen plan van aanpak opgesteld. Doel van de pilots is veel leren en uiteindelijk samen klaar te zijn voor de landelijke uitrol. We werken met een pilotportfolio. Met behulp van ons sjabloon bewaken we per pilot en in samenhang dat we de generieke functies beproeven in verschillende uitwisselingen, met verschillende partijen en infrastructuren. Het doel is met de verschillende pilots een groot deel van de belangrijkste elementen te testen zodat we aan het einde van de pilotfase kunnen vaststellen dat de generieke functies werken in een breed scala van omstandigheden, gegevensuitwisselingen en partijen. Niet-ingeschreven leveranciers praten we bij op dagen als deze. Overigens kan een niet-ingeschreven partij eventueel alsnog aansluiten als onderaannemer, bijvoorbeeld omdat hij specifieke expertise in huis heeft of een klant in een bepaalde regio heeft.’ 

Vanuit de zaal stelt Vincent van den Berg (OIZ) vast: ‘Tijdens de PoC’s hadden we nog behoorlijk wat experimenteerruimte, dat is ook de bedoeling. Nu hebben we te maken met de tijdsdruk van de EHDS en het LDN. Dat wordt een uitdaging. Het is belangrijk om tevoren een compleet en generiek bruikbaar ontwerp vast te stellen. Het is goed als VWS zich realiseert dat wij daarbij afhankelijk zijn van zekerheid van beleid.’

 

Gefaseerd testen

Manorma Ramoutar (ICTU) houdt zich bezig de inrichting en organisatie van de pilots. ‘Hoe zorgen we dat we de juiste pilots uitvoeren en daar de juiste dingen van leren? De pilots gaan niet alleen over techniek. We onderzoeken ook of generieke functies in de zorgpraktijk bruikbaar en implementeerbaar zijn.’ De stap van techniek naar zorgpraktijk verloopt gefaseerd. Op meerdere overgangsmomenten is een handshake tussen techniek en praktijk noodzakelijk: zijn we klaar voor de volgende stap en is aan alle voorwaarden voldaan? Dat speelt bij de overgang naar de praktijkbeproeving in het zorgveld, maar ook vlak voor de gecontroleerde livegang. Manorma: ‘Per fase kijken we samen of we verantwoord verder kunnen, of dat er eerst nog iets nodig is.’

Wie bewaakt op de voortgang van de pilots? Hoe ziet de sturing eruit, waar delen deelnemers hun ervaringen met elkaar? Manorma laat zien dat de Pilot & Implementatie Board (PIB) de samenhang binnen de pilotportfolio, de voortgang van de pilots en de faseovergangen bewaakt. De Design Authority speelt een belangrijke rol bij onder andere technische vraagstukken. De dagelijkse uitvoering en aansturing van de afzonderlijke pilots ligt bij de projectteams zelf. De pilotdeelnemers treffen elkaar onder meer aan de verschillende tafels, waar zij hun bevindingen bespreken. De signalen en bevindingen uit de pilots worden gedeeld via overlegtafels en via triage op de juiste plek belegd. Marc: ‘Zo proberen we grip te krijgen op wat er speelt.’

Onno Gabel (VZVZ) meldt dat ook de gebruikers niet worden vergeten in het hele proces. ‘Generieke functies zijn geen technisch feestje, ze zijn bedoeld voor de zorgvrager en dus de zorgverlener. Ze moeten passen in de zorgprocessen in de praktijk. Onderdeel van de pilots is dat eindgebruikers een plek aan de tafel hebben. Hun feedback en geleerde lessen zijn een belangrijk onderdeel in het bepalen van wat eventueel nodig is voor opschaling en landelijke implementatie. Meer informatie hierover volgt zodra is vastgesteld hoe precies de gebruikers betrokken zullen worden.’ 

 

Specificaties adressering 1.0 beschikbaar

Sandra Craandijk (VWS) begint met een nieuwtje dat applaus oogst: de generieke functie Adressering kan naar de 1.0-status en is per 1 okt. beschikbaar op www.generiekefuncties.nl. ‘Dat betekent dat hij klaar is voor gebruik in de pilots, best een prestatie!’ Ze schetst de weg die is afgelegd om zover te komen. ‘Uit de 21 reviews op de consultatie op drie documenten van de versie 0.9 kwamen zo’n 800 issues. Die hebben we verdeeld over 45 hoofdonderwerpen. 20 daarvan vielen binnen de scope van de specificaties. Die hebben we besproken in onze Design Authority met daarin onder meer een groep vertegenwoordigers uit het zorgveld. Op basis van die besprekingen is de documentatie aangepast. Zo is de security nu anders beschreven en hebben we de keuze voor een centraal model beter onderbouwd.’ Sandra geeft aan dat ‘de versie 1.0 specificaties zijn bedoeld om in de pilots te worden getoetst. Ervaringen uit de pilots kunnen leiden tot aanpassingen, dat is inherent aan de doorontwikkeling die ook na de pilots doorgaat.’ Op een vraag uit de zaal verduidelijkt ze dat de Design Authority van de generieke functies niet dezelfde is als de Design Authority die GIS-A aan het opzetten is. Een andere vraag gaat over de positie van het NTV. Sandra: ‘We zijn met het NTV in gesprek over de generieke functie Adressering. In november is de eerste versie van de testomgeving daar gereed.’

Op het gebied van de generieke functies Autorisatie, Logging en Authenticatie & Autorisatie worden de eerste stappen gezet. Voor Lokalisatie zijn de documenten inmiddels geschreven en door de Design Authority besproken. ‘In oktober verwachten we de consultatie, eind januari de 1.0-specificaties. Daar kunnen jullie je alvast op voorbereiden!’

 

Oproep: input nodig voor lokalisatie

‘De generieke functie Lokalisatie gaat meer impact hebben op het zorgveld dan Adressering, dus vragen we meer input van zorgaanbieders en hun leveranciers: wat verwachten jullie als je naar de specificaties kijkt, hoe zouden de processen moeten gaan lopen? Daarmee gaan we ons het komende halfjaar bezighouden.’ Jaco Visscher (VZVZ) schetst de voorbereidingen in aanloop naar de implementatie van de generieke functie Lokalisatie, die vergelijkbaar zijn met die voor Adressering. ‘In oktober is de consultatie. Daarop kun je je voorbereiden. Vlak voor de start is er een webinar, de opname daarvan komt beschikbaar. Daarin leggen we de basis uit zodat je weet hoe het werkt, waar de documenten staan etcetera. Tijdens de consultatie van de specificaties worden vragenmomenten ingepland. Vrij snel daarna gaan we implementatievraagstukken toetsen door middel van vragenlijsten.’ Jaco vertelt dat hij momenteel bezig is met de vragenlijsten die via de koepels naar het veld gaan. Daarop komen vragen als: hoe kan Lokalisatie in het werkproces gebruikt worden. ‘Waarop moeten we ons precies voorbereiden op het moment dat lokaliseren inderdaad mogelijk wordt? Via de sectorleads benaderen we de beleidsmedewerkers met de vraag wie uit hun achterban we het best kunnen raadplegen over de vraag wat deze implementatie voor hen gaat betekenen. Ook onder leveranciers gaan we deze keer vragenlijsten uitzetten.’

Een aanwezige: ‘Wij willen best meedenken met de aavragenlijsten voor onze zorgaanbieders. Bij Adressering kregen wij van onze achterban terug dat ze niet voor alle zorgaanbieders praktisch en eenvoudig genoeg waren.’ Jaco accepteert het aanbod direct. Hij wijst ook op het belang van een goede dwarsdoorsnede van de zorgaanbieders. ‘Koepelmedewerkers kunnen hier alvast over nadenken.’

 

Afsluiting

Dagvoorzitter Aron Koole sluit af: ‘Dank iedereen, keurig binnen de tijd. Dank voor jullie aanwezigheid al is het in een onzekere tijd. In oktober verwachten we meer duidelijkheid. Zet de volgende netwerkdag half november vast in jullie agenda. Onze lunch staat klaar, eet smakelijk!’